Wijs oud worden dankzij ons maakbaar brein

Logopedisch Spectrum Nederland bestaat 15 jaar. Om dat te vieren trakteerden we op kennis, met een jubileumavond in het theater van Hardenberg. Met inzichten en verhalen van professionals over Breinplasticiteit bij kinderen. Een terugblik door de ogen van een bezoeker.

Bij een kennisavond verwacht je weinig spektakel, vooral inhoud. Niet als Logopedisch Spectrum Nederland jarig is. Bij aanvang kwam dansdocent Annemarie op het podium en warmde de mensen in de zaal op met een danspas op de muziek van George Ezra’s Shotgun. Bewegen is immers goed voor je brein en dubbel goed als je er een danspasje bij leert. Naarmate de mensen in de zaal losser werden, kwamen steeds meer logopedisten van Logopedisch Spectrum het podium op en deden mee met dezelfde dans. Een vliegende start van de avond.

Wytze van der Zwaag: Het Brein

Klinisch Psycholoog Wytze van der Zwaag startte met een bevlogen introductieverhaal over het brein. Vroeger werd aangenomen dat het brein statisch is, onveranderbaar. Maar met de wetenschap van de afgelopen 30-40 jaar hebben we echter veel nieuwe inzichten gekregen over wat het brein is en waartoe het in staat is. Zo ontdekten wetenschappers bijvoorbeeld dat het brein nieuwe verbindingen kan aanleggen. Het zijn de verbindingen tussen cellen en die zijn nodig voor alles wat we doen. Van een handbeweging tot taal en van het kijken met je ogen tot het oplossen van ingewikkelde puzzels.

Breinontwikkeling

Je brein bestaat uit meerdere gebieden. Een deel verzorgt je gecontroleerde aandacht, deze heb je nodig bij bijvoorbeeld het oplossen van een puzzel of bij het onthouden van cijferreeksen en andere bulkinformatie. Een ander deel verzorgt je stimulus gestuurde aandacht; aandacht voor vlugge prikkels, snel beschikbare informatie en actie.

Doe je veel stimulusgerichte activiteiten, zoals tv kijken waarbij je brein continu wordt geprikkeld met iets nieuws, dan is het lastig overschakelen naar taken waarbij je je gecontroleerde aandacht nodig bent, zoals bijvoorbeeld een moeilijke som.

Je brein is maakbaar: je kunt de afzonderlijke gebieden trainen, waardoor ze beter functioneren.

Wat je aandacht geeft, groeit. Niet fysiek groter, maar in het aantal verbindingen dat je brein kan maken. Daarbij is het omgekeerde is ook waar: “If you don’t use it, you lose it”. Zo neemt de capaciteit van het werkgeheugen of de gecontroleerde aandacht bijvoorbeeld af als je deze niet goed benut. “If you don’t use it, you lose it” werd het mantra tijdens de presentatie.

Het brein en haar omgeving

Met deze basiskennis van ons brein kan Wytze nu dieper ingaan op de ontwikkeling ervan bij kinderen. Hij leerde ons, ontspannen vertellend op rustige toon, dat als jonge kinderen vaak oorontsteking hebben, het gedeelte dat de auditieve informatie verwerkt dat van het ontstoken oor komtminder goed ontwikkelt dan het deel bij het goede oor. Wetende dat het brein plastisch is, kun je deze kinderen dus oefeningen laten doen en zo bepaalde breingebieden stimuleren. Omstandigheden/de omgeving hebben dus invloed op ons brein.

Je kunt een brein ook overstimuleren (overprikkelen). Dit blijkt uit onderzoek dat is gedaan met muizen, waarbij de ene groep muizen geplaatst werd in een rustige omgeving en de andere groep muizen geplaatst werd overprikkelende omgeving met felle lichten, harde geluiden ed. Waar de eerste groep muizen leefden langs de randen van het terrarium (want dat is voor een muis veilig), lieten de muizen in de drukke omgeving ook druk en roekeloos gedrag zien (liepen dwars door het terrarium heen en vergaten dus zichzelf veiliger te verplaatsen)

Iets vergelijkbaars gebeurt bij kinderen. Als je kinderen overstimuleert door teveel prikkels aan te bieden – Wytze laat het zien aan de hand van een luidruchtige en felgekleurde video van Spongebob – heeft dat een negatief effect op het gedrag van je kind. Dat verklaart waarom kinderen soms na een paar minuten flitsende filmpjes druk, vervelend of zelfs onhandelbaar kunnen zijn. “Een druk kind. Het zal wel ADHD zijn”, kan daarvan het gevolg zijn. Een pilletje moet er dan voor zorgen dat het kind rustiger wordt en wordt dan gezien als oplossing. Ondertussen is duidelijk dat juiste oefeningen, training, uitdagingen en het veranderen van de omgeving positieve effecten hebben; je kunt je brein nieuwe verbindingen laten aanmaken, het is dus een maakbaar brein.

Wytze eindigt zijn presentatie met de conclusie dat je brein plastisch is. Maar “If you don’t use it, you lose it”, dus blijf je brein gebruiken. Doe nieuwe dingen. Leer een taal. Puzzel. Daag je brein uit, want dan kun je wijs oud worden.

Marjoleine Huitema: Dysfatische ontwikkeling

Praktijkhouder Marjoleine Huitema van Logopedisch Spectrum gaat verder in op de ontwikkeling van taal bij kinderen. Want taal is het werkgebied van de logopedist. Het gaat echter verder dan alleen spraak. Logopedie omvat ook taalbegrip, woordenschat, zinsopbouw, pragmatiek (conversatievaardigheden en verhaalopbouw) en daaraan verwant ook het auditief vermogen.

Als bij een kind sprake is van een taalontwikkelingssttoornis, waarbij meerder van bovengenoemde vaardigheden achterblijven ten opzichte van leeftijdsgenoten, dan spreken we van een dysfatische ontwikkeling. Het komt er op neer dat een kind meer begrijpt van het gesprokene dan het in eigen woorden kan overbrengen. Of wat vaak wordt gezegd: “Het zit er wel in, maar het komt er niet uit.”

Dysfatische ontwikkeling heeft gevolgen voor de manier waarop het kind contact maakt met anderen. Hoe het speelt met anderen. Sociaal en emotioneel reageert het anders dan niet-dysfatische kinderen en er ontstaan leerproblemen. Taal en motoriek zijn bovendien met elkaar verweven, waarbij je innerlijke spraak vertelt wat je moet doen en dat moet overbrengen op je motoriek om het ook uit te voeren, waarbij volgorde of het niet kunnen starten de uitdagingen zijn.

Laten zien wat je doet

Als je leeft of werkt met kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) of dysfatische ontwikkeling, dan is het advies om alles wat je doet in relatie tot dat kind ook in de belevingswereld van het kind te houden. Dysfatische kinderen zijn sterk visueel ingesteld, dus met vertellen wat je doet vooral ook laten zien wat je doet. Of werk met pictogrammen om te laten zien wat het volgende is wat je gaat doen. Daarom werken ondersteunende gebaren bij deze kinderen erg goed. Niet als vervanging van spraak, maar om spraak op gang te helpen. Ook melodie en ritme kan helpen om spraak te stimuleren. Tijdens het zingen komen woorden en intonatie eerder en gemakkelijker naar boven en dat geldt ook voor beweging met gebaren, spel of dans. En zorg waar dat kan voor een vaste volgorde van handelingen, woorden, gebaren en geluiden, zodat die handelingen kunnen inslijpen en een gewoonte worden.

Bij het overbrengen van verhalen, zoals op school vertellen hoe het weekend was, kan een kind met een TOS moeilijk tot een goed en samenhangend geheel komen. Wat daarbij helpt is het verhaal visueel maken. Met bijvoorbeeld een fotoboekje. Marjoleine laat zien hoe je na een dagje dierentuin een boekje kunt samenstellen van foto’s en teksten in de belevingswereld van het kind. Denk aan: “Ik ben met oma naar de dierentuin geweest. Oma heeft een witte auto die heel hard kan.” en “De giraffen vond ik het mooist”, met een foto van die giraffen. Met zo’n fotoboekje kan je kind enerzijds zelf laten zien en vertellen hoe het was en als ouder, familie, juf of begeleider kun je het boekje gebruiken om het kind gerichte vragen te stellen die ‘de plaatjes in het brein’ weer oproepen en zorgen dat het verhaal op gang komt.

Visuele, tactiele en motorische ondersteuning spreken meerdere gebieden aan in het brein. Het is Marjoleine’s advies aan de bezoekers in de zaal: als je leeft of werkt met kinderen.

Marieke Alons: Complimenten in de context

Marieke is leerkracht op een basisschool en coach. Tijdens Maakbaar Brein vertelt zij over complimenten geven. Dat doen we allemaal. Vaak geven we complimenten op de buitenkant, over hoe iemand eruit ziet of hoe goed iemand iets kan. Of algemener nog, in de zin van “Knap hoor!” en “Goed gedaan!”. Maar wat is dan knap en wat is dan goed gedaan?

Marieke daagt de zaal echter uit om een laag dieper te gaan. Daarin geeft ze enkele voorbeelden van hoe je iemand complimenteert, waarbij je ook de context benoemt waarin je het hebt gezien. Een voorbeeld:

“Wat heb ik net een doorzettingsvermogen bij jou gezien. Ik zag dat je de som moeilijk vond, maar toch ging je door en het is je  gelukt. Ik ben onder de indruk.”

Deze manier van complimenteren bevat de 3 elementen die bij een goed compliment in de context horen:

  1. Herken de kwaliteit die je ziet
  2. Benoem het
  3. Erken het

Je geeft een compliment, maar je neemt daarin ook de hele context mee, die je benoemt. En vervolgens geef je het terug met je erkenning. Aan de hand van bovenstaand compliment:

  1. Herkennen: ‘Wat heb ik net een doorzettingsvermogen bij jou gezien’
  2. Benoemen (context): ‘Ik zag dat je de som moeilijk vond, maar toch ging je door en het is je  gelukt.’
  3. Erkennen: ‘Ik ben onder de indruk.’

Nog een voorbeeld:

“Ik zag tijdens de judowedstrijd dat jij het moeilijk had. Je slikte je tranen in, herpakte je en ging door. Wat heb jij een veerkracht getoond!”

  1. Herkennen: Ik zag dat je het moeilijk had.
  2. Benoemen (context): Je slikte je tranen in en herpakte je.
  3. Erkennen: Wat een veerkracht.

Natuurlijk zijn complimentjes als “Super!” en “Ga zo door!” helemaal prima, dat moet je vooral blijven doen, maar Marieke laat zien dat als je er een laag dieper in aanbrengt, kinderen laat opveren en energie geeft. Als we nou allemaal proberen om onze complimenten van iets meer diepgang te voorzien, wordt de wereld daar een stuk positiever van.

If you don’t use it, you lose it

Na Marieke waren er lovende woorden en enorme bedankbloemen voor de sprekers. Samengevat komt alles samen in de uitspraak die de rode draad werd in Wytze’s verhaal: If you don’t use it, you lose it. Dat geldt voor het brein in het algemeen: blijf het uitdagen, leer nieuwe talen, leer een instrument bespelen, ga reizen en doe nieuwe dingen. Precies ook wat je nodig hebt voor de visuele, tactiele en motorische ondersteuning bij dysfatische ontwikkeling: benut de tools en middelen om communicatie met dysfatische kinderen te verbeteren. En het geldt evengoed ook voor het geven van complimenten: als je een laag dieper gaat met een compliment in de context, kom je dichter naar elkaar en zet je de ander in zijn kracht. Het brein maakt een vreugdespongetjes en ‘groeit’ ervan. Het menselijk brein is in die zin dus maakbaar.